In 1981 woonde ik in Alkmaar, vlakbij het station en dus ook vlakbij het koffiehuis Stad en Land. Daar kwam ik elke ochtend voor een kopje koffie, voordat ik naar een drukkerij te Heerhugowaard ging. Ik kwam daar ook op de 12e mei, dag van de grote staking van het Naco-buspersoneel.
Ik vragen: rijden jullie nog wel naar Heerhugowaard, jongens? Nee, daar reden zij deze ochtend niet naartoe.
Hoe moet ik dan komen op het adres waar ik moet zijn, vraag ik.
Ga met de trein, zeiden ze.
Ik dronk mijn kopje koffie leeg, en ik nam mijn hoed af — ik droeg toentertijd een hoed — en vroeg financiële genoegdoening voor een trein- en vervolgens een taxireis, plus een taxi- en treinreis terug. Samen kwam het neer op 40 gulden.
Toen werd één van de buschauffeurs zo ontzettend kwaad dat hij me met een glas op mijn hoofd sloeg. Bloed enzovoorts. Vandaar dat litteken.